Nederlandse gemeenten scoren gemiddeld een bescheiden voldoende (63%) op hun klimaatbeleid, maar tussen ambitie en praktijk gaapt nog een groot gat. Dat leert het Toekomstmeter-onderzoek van Klimaatverbond Nederland en Grootouders voor het Klimaat, waarvan de resultaten op 5 maart 2026 zijn gepresenteerd.

Fotografie Bas Van Spankeren
De Toekomstmeter laat zien hoe ‘toekomstbestendig’ het klimaatbeleid is en waar aanscherping nodig is. Naast de drie grootste gemeenten (Amsterdam, Den Haag, Rotterdam) is het merendeel van de G40-steden vertegenwoordigd in het Toekomstmeter-onderzoek. De uitkomsten presenteerden Klimaatverbond Nederland en Grootouders voor het Klimaat in Ede op de conferentie ‘De Toekomst Telt’.
Succes door samenhang, niet alleen door omvang
Grotere steden (>100.000 inwoners) scoren gemiddeld hoger op toekomstbestendigheid, maar schaalgrootte is geen garantie voor succes. Het verschil schuilt in samenhang: koplopers boeken vooruitgang op alle thema’s tegelijk. De gemeente Voorst (25.000 inwoners) illustreert dat het duidelijkst. Als nummer twee van 70 gemeenten laat Voorst veel grotere steden achter zich. Daarnaast blijkt dat kleinere gemeenten hun klimaatbeleid kunnen versterken als ze regionaal samenwerken.
Kloof tussen visie en uitvoering bij gemeenten
Ondanks de bescheiden voldoende die Nederlandse gemeenten voor hun klimaatbeleid krijgen, blijft de uitvoering achter. Zo heeft 96% van de gemeenten klimaatadaptatie in de omgevingsvisie staan, terwijl minder dan de helft (46%) beschikt over een concreet en werkend hitteplan.
Grootste pijnpunt blijkt de eigen gemeentelijke bedrijfsvoering, die met gemiddeld 39% het laagst scoort. Zo gebruikt maar 7% van de gemeenten een interne CO₂-prijs, waardoor klimaatimpact zelden wordt meegewogen in financiële keuzes.
Meest toekomstbestendige gemeente van Nederland: Haarlem
Haarlem rolt uit dit onderzoek als de gemeente met het meest toekomstbestendige klimaatbeleid. De stad onderscheidt zich enerzijds met een integrale aanpak van het klimaatbeleid, anderzijds met de verankering – zowel financieel als beleidsmatig – van duurzaamheid in de planning- en control-cyclus. Binnen de ‘coalition of the willing’ neemt Haarlem daarmee het voortouw om samen met andere overheden systeemverandering te versnellen.

Foto: Ted Ages
Leren van koplopers
Gemeenten de kans geven van elkaar te leren is een van de belangrijkste doelen van het Toekomstmeter-onderzoek. Naast koploper Haarlem laten nog tal van andere gemeenten best practices zien. Zo toont Tynaarlo politiek lef door op gemeentelijke pachtgronden zowel lelieteelt als het gebruik van pesticiden (glyfosaat) te verbieden. De stad Rotterdamversnelt ‘natuurinclusief’ bouwen effectief met de innovatieve BATMAN-methode, waarbij natuurcompensatie wijkgericht en vooraf wordt geregeld.
Van losse visiedocumenten naar zichtbare maatregelen
Voor de onderzoekers staat één conclusie als een paal boven water. Voor effectief klimaatbeleid dienen gemeenten de stap te maken van losse visiedocumenten naar samenhangende concrete maatregelen.
Het advies aan achterblijvende gemeenten is: probeer niet het wiel opnieuw uit te vinden. Om de klimaatdeadlines te halen, is het vooral aan te bevelen de juridische instrumenten en bewezen methoden van de koplopers over te nemen.
Bekijk via deze link de volledige analyse van de Toekomstmeter.