Wat gebeurde er op 30 juni?
Tijdens de strategiedag op 30 juni kwamen bijna zeventig Grootouders uit het hele land samen op de Erasmus Universiteit in Rotterdam. In de ochtend presenteerden drie studenten van de studie Global Business and Sustainabiliy hun afstudeeronderzoek. Deze presentatie werd gevolgd door een samenvatting van het lopende onderzoek door Daan Peeters en Martin Fuchs. In de middag gingen deelnemers in werkgroepen aan de slag met strategische vragen over de koers van de beweging.
Wat leerden we van de studenten?
Wietske van der Wal onderzocht hoe emoties senioren kunnen motiveren én belemmeren om zich bij de Grootouders aan te sluiten. Haar interviews laten zien dat liefde, zorg en moreel besef belangrijke drijfveren zijn, maar ook dat schaamte, twijfel en de angst om niet activistisch of deskundig genoeg te zijn remmend kunnen werken Haar advies: wees inclusief en moedig betrokkenheid in alle vormen aan, hoe bescheiden of beperkt ook. Laat anderen ook je eigen twijfels en imperfecties zien: je hoeft geen duurzaamheidsheilige te zijn om volop bij de Grootouders te horen.
Kirsten Verhaar richtte zich op intergenerationele verantwoordelijkheid. Ze liet zien hoe symbolen zoals de Toekomststoel en het spreken namens kleinkinderen mensen kunnen raken en mobiliseren. Ook wees ze erop dat CEO’s en andere bestuurders in de laatste fase van hun carrière verrassend vaak openstaan voor een Toekomststoel. Die geeft ze de kans iets positiefs en onbaatzuchtigs na te laten, zodat ze op een prettige manier herdacht worden.
Job Huberts onderzocht de balans tussen lokale autonomie en landelijke afstemming. Een centraal bestuur zoals GvhK dat heeft, kán op gespannen voet staan met de autonomie van de lokale groepen. Een goede communicatie tussen bestuur, lokale groepen en werkgroepen is daarom van het grootste belang. Job adviseerde om te investeren in een gedeelde agenda, waarin ruimte blijft voor lokale eigenheid. De groei van het aantal lokale groepen maakt daarnaast een heldere, efficiënte communicatie tussen die groepen cruciaal.
Wat leerden we uit het onderzoek?
Daan en Martin deelden hun voorlopige inzichten uit het bredere onderzoek naar het unieke karakter van Grootouders voor het Klimaat. In een wereld waarin ‘radicaal’ activisme vaak het nieuws haalt, kiezen Grootouders voor een andere route: betrokken, mild, geloofwaardig en verbindend. Dat wérkt – al worden ze niet altijd direct serieus genomen. Daan en Martin identificeren vier onderscheidende kenmerken:
- Proactieve expertise: Grootouders dragen via direct contact kennis en oplossingen aan voordat (en ook nadat) erom gevraagd wordt.
- Authentiek engagement: Eerlijke, persoonlijke verhalen creëren ruimte voor gesprek. Tip: start met gedeelde bezorgdheid en wees open over je eigen twijfel, om meer verbinding te kunnen creëren bij de (klimaat-)gesprekken die je voert.
- Intergenerationele verbinding: Kleinkinderen zijn een verbindende factor. ‘Intergenerationeel’ verbindend zijn ook voorbeeldgedrag en het nemen van verantwoordelijkheid. Ze maken duidelijk dat we als Grootouders niet voor hun eigen toekomst opkomen, maar voor die van de generaties na ons. Dat vergroot de geloofwaardigheid van ons activisme.
- Zachte kracht: De ‘aaibaarheid’ van senioren opent deuren naar politiek en samenleving die voor andere klimaatorganisaties gesloten blijven.
Reflectie en vervolg

In de werksessies gingen deelnemers ’s ochtends aan de slag met drie centrale vragen: hoe benutten we onze kracht, hoe vergroten we onze zichtbaarheid en hoe versterken we de betrokkenheid? In de middag werd gediscussieerd aan de hand van stellingen die elk een mogelijke strategische richting weerspiegelden. De ideeën die ter tafel kwamen varieerden van strategisch lobbyen en het versterken van lokale successen tot bredere samenwerking met jongeren en maatschappelijke initiatieven. Daarmee werd deze strategiedag een dag vol inspiratie, verbinding en richting voor de toekomst.
In de zomer gaan we, als werkgroep strategie (waarin zowel lokale groepen, werkgroepen als bestuur vertegenwoordigd zijn), de ideeën verder uitwerken. In het najaar kunnen we dan het concept voor ons strategisch plan 2026 – 2028 aan de achterban presenteren.