In bijna alle landen mogen rechters wetten toetsen aan de Grondwet. In Nederland mogen ze dat vreemd genoeg niet. In hoofdstuk 1 van de Grondwet worden de grondrechten genoemd zoals de vrijheid van meningsuiting, het demonstratierecht en de zorg van de overheid voor de bewoonbaarheid van het land. Maar als de overheid wetten maakt die met die grondrechten in strijd zijn, kan de rechter die wetten niet tegenhouden.
De meeste partijen willen af van dat toetsingsverbod. De regering heeft nu een wetsvoorstel in discussie gebracht om het verbod in te trekken. Maar toch niet helemaal: de regering wil wetten niet laten toetsen aan de ‘sociale’ grondrechten over bijvoorbeeld volksgezondheid, huisvesting en de bescherming en verbetering van het leefmilieu.
Grootouders voor het Klimaat heeft een reactie ingestuurd op dat voorstel. Daarin staat dat er geen eerste- en tweederangs grondrechten zijn. De ‘sociale’ grondrechten zijn net zo belangrijk als de klassieke. Als de overheid niet actief optreedt, bijvoorbeeld bij het tegengaan van klimaatverandering, gaat de kwaliteit van het leven van de huidige en toekomstige generaties sterk achteruit.
Opheffing van het toetsingsverbod is wat de Grootouders betreft een eerste stap. Maar daar moet het niet bij blijven. Om de rechter houvast te geven is het ook nodig om de formulering van de sociale grondrechten concreter te maken. Ze zijn nu nog tamelijk vaag geformuleerd, bijvoorbeeld: “De zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu.” De universiteiten van Groningen en Maastricht zijn bezig met een onderzoek naar formuleringen die de doelstellingen duidelijker weergeven. De werkgroep Recht van Grootouders voor het Klimaat levert daar bijdragen aan.
Lees hier de complete reactie van Grootouders voor het Klimaat.