Een groen economisch herstel: geen woorden maar daden

Een groen economisch herstel: geen woorden maar daden

“Degenen die denken dat de wereld van voor corona terugkeert, precies zoals die toen was, leven in een illusie. Deze crisis biedt ook kansen om opnieuw met elkaar na te denken over hoe de wereld er hierna uitziet.”

Dit is niet een uitspraak van een van de velen die roepen dat alles nu anders wordt en de ideale duurzame samenleving nu voor het grijpen ligt. Het is een recente uitspraak van premier Rutte. Het geeft goed aan dat er door het kabinet serieus wordt gewerkt om het benodigde economisch herstel zo duurzaam mogelijk in te vullen. De verklaring over “Samen doorbouwen”, de voorwaarden genoemd bij de aankondiging van steun aan de KLM en de antwoorden van Minister Wiebes op Kamervragen over de agenda van de Energieraad zijn daar uitwerkingen van.

Het komt er nu op aan goede intenties om te zetten in concrete acties. De vraag daarbij is of een duurzame invulling van een economisch herstelpakket voldoende werkgelegenheid gaat opleveren, of het bedrijfsleven en de burgers voldoende ruimte hebben om te investeren (een MVO-peiling onder bedrijven suggereert dat de overgrote meerderheid van bedrijven wel kansen ziet) en of er voldoende overheidsfinanciën beschikbaar zijn. Wat dat laatste betreft zal een economisch herstelpakket in elk geval grote overheidsbestedingen vergen; het is dus meer een kwestie van kiezen waaraan het geld wordt besteed. Wat zouden in dat licht belangrijke elementen van zo’n duurzaam herstelpakket kunnen zijn?

In de energiesector moet er conform het Klimaatakkoord nog heel veel gebeuren om in 2030 75% van onze elektriciteit duurzaam op te wekken. De recente tussenrapportage over de Regionale Energie Strategieën laat zien dat er, op basis van 20 van de 30 concept RES-plannen, nu al meer capaciteit voor duurzame opwekking op land is geïdentificeerd dan in het Klimaatakkoord opgenomen. Dat biedt een uitgelezen kans de aanleg van wind- en zonne-energie te versnellen, samen met de versterking van de netcapaciteit, die nu een belemmerende factor is en samen met het versterken van de financiële participatie door burgers. Een probleem dat daarbij wel moet worden opgelost is, dat er met het huidige systeem steeds vaker negatieve prijzen voor elektriciteit zijn te verwachten als het aanbod van wind- en zonne-energie toeneemt. Dan kunnen investeringen niet meer worden terugverdiend. Verder is dit het moment om eindelijk alle fossiele energiesubsidies, die nog altijd zo’n 2 miljard per jaar bedragen, af te schaffen (ODI).

In de industrie is er grote behoefte aan de ontwikkeling van nul-emissie processen in de staal- en chemische industrie. Groene waterstof kan daarin een grote rol spelen. Daarvoor is royale overheidsstimulering nodig, die ervoor kan zorgen dat de industrie in 2050 CO2 vrij kan opereren. Er liggen ook nog vele mogelijkheden voor energiebesparing in bedrijven en instellingen, waarmee veel werkgelegenheid gepaard gaat. Een nationaal plan energiebesparing is een goede invulling van een groen herstel. De CO2 prestatieladder, die al werkt in de bouwsector, kan daarin een belangrijke rol vervullen.

In de gebouwde omgeving ligt een omvangrijk en ambitieus plan klaar om alle gebouwen in Nederland uiterlijk in 2050 van het aardgas af te hebben. Bij de uitvoering treden nu al vertragingen op door beperkte capaciteit bij gemeenten en installatiebedrijven, onzekerheid bij burgers over de implicaties en de financiering en problemen met en verzet tegen warmtenetten. Dit is typisch een operatie waar veel werkgelegenheid mee is gemoeid, die met royale overheidssteun goed is uit te voeren en die sterk bijdraagt aan het halen van de klimaatdoelen. Een forse injectie in dit programma is dan ook een uitstekende invulling van een duurzaam herstelpakket. Alleen al het versoepelen van de bestaande isolatiesubsidies kan al veel opleveren (Cobouw). Aangezien Nederland voorloper is in Europa op dit terrein zal dit ook uitstekende exportmogelijkheden creëren.

De coronacrisis heeft ons geleerd dat veel verplaatsingen kunnen worden vervangen door online werk en online bijeenkomsten. Het zou een gemiste kans zijn dat weer kwijt te raken. Dat betekent dat er in de transportsector vooral zal moeten worden geïnvesteerd in snel internet voor iedereen met bijbehorende veiligheidsvoorzieningen en digitalisering van alle vormen van dienstverlening a la Estland, en niet in wegen of vliegvelden. Dat vraagt geen extra overheidsfondsen. Verder is dit een uitgelezen kans de omschakeling naar elektrisch vervoer te versnellen: versnelde aanleg van laadinfrastructuur, versnelde aankoop van elektrische auto’s, vrachtwagens en bussen door bedrijven, overheden en consumenten. Invulling van de duurzaamheidsvoorwaarden bij de steun aan KLM mag natuurlijk niet ontbreken. Frankrijk heeft dat al gedaan voor Air France: halvering CO2 per passagier in 2030, 2% duurzame brandstof in 2025, halvering korte vluchten in 2024.

Als er steun moet worden gegeven aan de landbouw door wegvallende vraag en gebrek aan seizoenarbeiders, dan zijn er uitstekende mogelijkheden om dat te doen via financiering van andere natuur-inclusieve en circulaire landbouwmethoden, het stimuleren van nieuwe landbouwproducten en het financieel waarderen van de vastlegging van CO2 in landbouwgrond. Dat past bij de lange-termijn doelen van de overheid en draagt ook nog een bij aan een beperking van de stikstofuitstoot.

Er zijn genoeg mogelijkheden voor een groen economisch herstelpakket. Laten we dat dan ook doen.

 

Deel
Deel

Lees andere artikelen

10 april 2024
ABP heeft samen met projectontwikkelaar SSE Renewables en de coöperatie Onze Noordzeestroom (ONS) een bod ingediend voor windpark IJmuiden-Ver. Dit...
10 april 2024
De behandeling van de nieuwe Energiewet door de Tweede Kamer nadert een beslissend moment. Plenaire behandeling is voorzien voor de...
9 april 2024
Wij volgden de rechtszaak van onze generatiegenoten, de Zwitserse KlimaSeniorinnen, met grote belangstelling. Hun organisatie kreeg vandaag gelijk van de...
Ga naar de inhoud